Burgerparticipatie, hoe doe je dat?

:victory Ik herinner mij nog goed, dat ik me voorstelde aan iemand als adviseur. De man antwoordde mij dat hij zich niet kon voorstellen wat ik dan te vertellen zou hebben, we hadden immers toch allemaal hetzelfde boek gelezen?!

De kern van het probleem zit inderdaad in het feit dat we allemaal hetzelfde zijn opgevoed. Dezelfde management technieken, die er veelal op zijn gericht om weerstand te overwinnen. Of in erger gevallen te overreden of overtuigen. Al die technieken gaan uit van dezelfde premisse en dat is dat er weerstand is. Maar wat nu als die premisse niet helemaal juist is en weerstand wordt georganiseerd??

Een goed plan herken je zodra het wordt uitgesproken. Je voelt dan dat het goed zit, neemt het aan en gaat verder over de invulling van de details. Veelal beslaat een goed plan ook niet meer dan een idee, van een of twee zinnen. Een slecht plan daarentegen vraagt veel uitleg. Mensen worden het niet eens over de uitgangspunten en gaan elkaar proberen te overtuigen van het gelijk. Het gelijk is dan de vraag of het plan goed of fout is, waarvan we eigenlijk de uitkomst al weten. Aan de invulling van details komen we niet toe, want dan heeft de klok ons reeds lang ingehaald.

Draagvlak is dan ook niet te maken, hoe graag je het ook zou willen. Vaak hoor ik de opmerking dat als ik het zou begrijpen, ik er heel anders over zou denken. Mensen bedoelen dan dat ze graag zouden willen dat ik hun visie deelde, want dat zou het met name voor hen veel gemakkelijker maken. Begrijpen staat helaas nog steeds niet gelijk aan delen. Vaak begrijp ik het prima, maar draag ik een andere visie. Verschil mag er wezen, of niet?

Voor burgerparticipatie zijn deze principes van essentieel belang. Burgerparticipatie kan daarom ook niet worden aangewend om draagvlak te maken voor een (slecht) plan. Waar burgerparticipatie wel kan werken is in die gevallen waar je met je medemens gaat zoeken naar een oplossing voor een gezamenlijk probleem. Dat betekent eerst met z’n allen overeenstemming zien te krijgen over het op te lossen probleem en dan pas een oplossing bedenken. Vaak is die tweede stap een “appeltje eitje” en hoor je er ook niets van in het nieuws. Als de oplossing echter vooraf bekend is  en de medemens ervan overtuigd dient te worden dat het goed is, organiseer je weerstand.

In al die gevallen waar het woord burgerparticipatie expliciet wordt genoemd, is iets echt mis. Ofwel mensen voelen zich niet gehoord en halen het onderwerp aan, of het onderwerp wordt gebruikt om draagvlak te maken. Beide zijn in mijn optiek niet helemaal juist en sorteren een averechts effect.

Burgerparticipatie is dus iets wat je per definitie samen doet. Het kan niet zo zijn dat één van de deelnemers de burgerparticipatie moet organiseren, of daar regie over voert, want dat maakt het speelveld verdeeld. Het kan dus ook niet zo zijn dat als het spaak loopt daar één van de deelnemers verantwoordelijk voor gehouden kan worden, want het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Fouten die in de praktijk maar al te vaak voorkomen.

Samengevat kom ik dan tot vier gouden regels voor burgerparticipatie:

  1. Gelijkheid van informatie, open communicatie. Het is schier onmogelijk om tot gezamenlijke oplossingen te komen, waar niet alle deelnemers hetzelfde probleem delen. Het niet delen van informatie is de belangrijkste oorzaak voor misverstanden in de communicatie. Deelnemers weten niet meer waar het over gaat en belangrijker nog, niet meer aan welk probleem er wordt gewerkt.
  2. Gelijkwaardige communicatie. Ieder verhaal van een deelnemer is een weergave van de realiteit uit een ander perspectief. Dat maakt ieder verhaal relevant, interessant en niet minder waar. Het is vooral zaak om zoveel mogelijk van die perspectieven op te nemen en op waarde te schatten. Een perspectief bagatelliseren of negeren is dodelijk voor het communicatieproces.
  3. Een gezamenlijk spel definiëren. Gelijkheid en overeenstemming in spelregels en het recht om de regels aan de orde te stellen hoort bij iedere deelnemer.  Dat betekent heel eenvoudig dat de regels aan een ieder bekend moeten zijn en dat de regels aan de orde gesteld mogen worden als één van de deelnemers dat wenst.
  4. MEEDOEN. Een open deur misschien, maar als iemand zich aan het proces onttrekt door één van de bovenstaande regels te schenden of de verantwoordelijkheid bij een ander te plaatsen, is voor die deelnemer het proces afgelopen.

Laat dit vooral een oproep zijn aan iedereen om mee te doen. We staan voor belangrijke beslissingen in, met en voor ons dorp. De tijd zit niet mee, de grondprijzen zakken, de huizenverkoop stagneert en er moet iets gebeuren. Donderdag 28 april gaan er in ieder geval belangrijke deelbeslissingen worden genomen. Mijn advies aan iedereen is “Zorg dat u niet buitenspel komt te staan”.

Laat een reactie achter